Een nieuwe week. Nieuwe kansen.
Vorige week sloten Pedro en ik zijn 1-op-1 traject af.
Hij had graag nog een periode verlengd.
De baas van zijn baas besliste er anders over.
Pedro denkt dat zijn baas zijn case niet echt verdedigd heeft.
Misschien.
Maar we weten het niet.
Pedro niet. Ik ook niet.
Het is een aanname.
Het feit is:
de baas van de baas besliste.
De verklaring die we erbij verzinnen is een hypothese.
De enige manier om een aanname te testen, is ze te behandelen als een
hypothese en nieuwsgierig te onderzoeken.
In dit geval kan dat niet meer.
Pedro zit ondertussen zonder baas.
Insimineer ik (#FCDK) een verband tussen het niet verlengen en het feit dat Piet zonder baas zit?
Nee.
Dat zou ik zelf platte marketing vinden.
Wat wel kan:
Pedro gaat bij zijn nieuwe baas opnieuw een verlenging vragen.
Nieuwe bazen. Nieuwe kansen.
We zaten dus in onze laatste sessie.
Ik eindig bijna elke sessie met dezelfde vraag:
“Waarmee kan ik je nog helpen?”
Een soort stilzwijgende cue:
onze tijd zit er bijna op.
Pedro dacht even na.
P: “Wat doe je wanneer je momentum kwijt bent?”
Ik werk meestal coachend-teachend in zo’n traject.
Afhankelijk van mijn geduld (en hoeveel ik een resultaat wil) blijf ik vragen stellen.
Maar soms begin ik ook gewoon iets uit te leggen.
Deze keer bleef ik vragen stellen.
J:Algemeen? Of een concreet geval?
P: Concreet. Ik doe al een paar weken geen acties meer om nieuwe klanten te vinden.
J:Is dat iets dat je wil doen, of moet doen?
P: Willen. Ik doe dat eigenlijk graag. Ik haal daar energie uit.
Maar ik zit vast. Mijn momentum is weg.
J: Wat merk je wanneer je wél momentum hebt?
P: Dan doe ik dingen die werken.
J: Hoe weet je dat ze werken?
P: Omdat ik ze al gedaan heb en resultaat gezien heb.
J: Maar ooit heb je dat voor de eerste keer gedaan. Toch?
(Retorische vraag natuurlijk.)
P:Ja.
J: Hoe was je op dat idee gekomen?
P: Ik had een opleiding gevolgd bij Jochen Roef (shout-out Jochen) van Blinc.
Ik heb een paar van zijn adviezen getest.
J: En?
P: Dat werkte. Dus ik ben dat beginnen herhalen.
We bleven even stil.
Toen zei ik:
J: Ik denk dat je het eigenlijk al weet.
Hoe momentum werkt in dit geval.
En bij uitbreiding ook in het algemeen.
P:Iets doen?
Iets anders?
Iets dat ik nog niet gedaan heb?
J:Weet je hoe ik dat noem?
P: Een experiment.
J:Ja. Dat is het woord dat ik gebruik.
- Een experiment.
- Een try-out.
- Een repetitie.
- Een iteratie.
En zowel Pedro als ik voelden opnieuw de kracht van experimenteren.
Dus dit wil ik jou voorstellen voor de rest van de week.
Een klein experiment
Een klein experiment.
Geen app.
Geen matrix.
Gewoon drie vragen.
Elke ochtend.
Drie vragen voor elke ochtend
Vraag 1: Wat is vandaag mijn belangrijkste bijdrage?
Niet je takenlijst.
Niet wat er van je verwacht wordt.
Wat is die ene taak die — als je ze doet — de dag geslaagd maakt?
Vraag 2: Wat kan ik weglaten of delegeren?
Kijk naar je lijst.
Wat staat er dat jij eigenlijk niet hoeft te doen?
Schrap het.
Delegeer het.
Of verschuif het bewust.
Vraag 3: Wat bescherm ik vandaag?
Welke tijd, energie of ruimte is vandaag niet onderhandelbaar?
Plan dat eerst.
Daarna pas de rest.
De volgorde
De volgorde: Bijdrage → Delegatie → Bescherming
En dan pas: de rest van je agenda.
Investering: vijf minuten per ochtend.
Wat het resultaat zal zijn?
Dat weten we pas op het einde van de week.
Maar mijn vermoeden: een groter gevoel van tevredenheid.
Niet omdat alles af is.
Maar omdat je dag mer klopt.
Misschien zit jij ook even vast.
Momentum kwijt.
Veel ideeën.
Maar weinig beweging.
Dan kunnen we dat samen eens bekijken.
Ik doe regelmatig 1-op-1 gesprekken waarin we kijken naar twee dingen:
Hoe je contenter kan werken
Hoe je effectiever kan werken
Geen pitch.
Gewoon een gesprek om te zien of ik je kan helpen.
Als dat zo is, zeg ik hoe.
Als dat niet zo is, zeg ik dat ook.