Overslaan naar inhoud

Waarom nadenken over je fout het niet beter maakt

Volgorde. Niet talent.
2 juni 2026 in
Waarom nadenken over je fout het niet beter maakt
Leveraged, johan dhaeseleer

He,

Ik zit in de zetel, op zoek naar inspiratie voor deze nieuwsbrief.

En naast mij ligt mijn meisje.
Nee, niet mijn vrouw Sylvianne.
Wel onze Rhodesian Ridgeback.

Ze probeert een stuk speelgoed te pakken dat achter de zetel is gerold.

Eerste poging: neus te kort. Tweede poging: poot, werkt niet.
Derde poging: andere hoek. Bingo.

Geen drama.
Een andere aanpak.

Ik zit erbij en ik kijk er naar.

Wat doen wij anders, wanneer iets niet werkt?

Diep in ons brein zit een klein orgaantje dat de habenula heet.

Ons brein is een voorspellingsmachine met twee motoren.

Kant één: de basale ganglia. Die sturen dopamine vrij
telkens iets beter gaat dan verwacht. Een kleine overwinning,
een goed gesprek, een idee dat werkt. Dopamine stijgt.
Het signaal: doe meer van dit.

Kant twee: de habenula. Die doet precies het omgekeerde.
Ze vuurt op het moment dat iets slechter gaat dan verwacht.
En ze doet dan één ding: ze zet je dopaminesysteem uit.

Geen beloning. Geen motivatie.
Alleen het signaal: dit werkte niet.
Stop.

Samen vormen ze onze biologische leermotor.

Elke actie is een voorspelling. Elk resultaat is feedback.
Je brein is van nature een experimenten-machine.
Experimenteren is exploreren met een hypothese.

In evolutionaire termen: nuttig.
Je raakt niet tweemaal in dezelfde val. Wat een goeie feature.

In ons leven: vervelend. Zowel professioneel, persoonlijk als privé.
Het is meer bug dan feature.

De habenula maakt geen onderscheid tussen een echte fout
en een experiment dat informatie opleverde. Ze ziet enkel:
verwachting niet gehaald. Vuur.

En als ze vuurt, verspreidt dat zich in golven.

Het lichaam spant aan. Adem wordt oppervlakkiger. Cortisol.
Dan de mogelijke emotie: teleurstelling, misschien schaamte.
Dan de gedachte: dit werkt niet. Ik doe dit verkeerd.

Ik voel het soms al in mijn schouders voor ik het kan benoemen.

Dan zakt het een laag dieper bij de mensen die ik coach:
de stille overtuiging dat ze iemand zijn die dit soort fouten maakt.

De vier lagen. Één trigger. Een paar seconden.

1. ⚡ CNS: energie, spanning, ademhaling, hartslag
2. ❤️ Emotie: het eerste gevoel ergens in je lijf
3. 🧠 Hoofd: de verhalen, de redenen, de selftalk
4. 👉👈 Identiteit: wie je bent, wie je niet bent

De meesten van ons proberen dat te stoppen op laag drie.
We denken er anders over. We praten onszelf toe.
We noemen het een experiment.

Dat klopt.

Ik zie het zelf ook doen. En toch werkt het niet altijd.
De volgorde klopt niet.

Het verschil tussen mensen die snel groeien en mensen die
vastlopen zit hier.

Niet in talent. Niet in doorzetting.

In de volgorde.

Kijk nog eens naar mijn meisje.

Het werkt niet. Ze stopt. Ze beweegt.
Dan probeert ze opnieuw vanuit een andere hoek.

Ze doet iets wat wij bijna nooit doen:
ze reguleert eerst haar lichaam, voor ze opnieuw probeert.
Geen gedramatiseer. Geen inwendig beraad. Gewoon: bewegen.

Daarna de nieuwe aanpak.

Dat is precies de volgorde die werkt.

Stap één: lichamelijk reguleren.
Adem. Beweeg. Pauzeer. Voel wat er in je lichaam is.

Niet als therapie. Als informatieverzameling.
We kunnen niet leren wanneer we overstressed zijn.

Je habenula vuurt op je lijf voor je hoofd het weet.
Als je die stap overslaat en meteen gaat denken,
hang je je nieuwe narratief op aan een ongereguleerde basis.
De reframe werkt op laag 3, de basis is niet stabiel.

Stap twee: herdefinieer de verwachting.
Niet: wat wil ik bereiken?
De vraag is: wat wil ik hiervan leren?

Die verschuiving werkt, als het lijf er klaar voor is.

Een mislukt experiment levert dan data op.
Een mislukte actie op een gestrest lichaam levert schaamte op.

Zelfde werkelijkheid. Andere volgorde. Andere neurobiologie.

't meisje weet de volgorde. Van nature.
Of omdat er geen laag 3 en laag 4 is.