Hoe gaat het met je?
Ik heb een serieus korte werkweek — slechts twee dagen capaciteit.
De school waar Sylvianne lesgeeft had maandag de brug gemaakt.
Wij maakten er een extra lang weekend van.
Trier stond op onze lijst. Afgevinkt, check.
In een paar musea daar lopen tijdelijke tentoonstellingen over Marcus Aurelius,
nog tot eind deze maand. Ook steden en musea proberen mee te surfen
op de heropleving van het stoïcisme.
Normaal kiezen we een Airbnb voor een citytrip. Deze keer werd het een hotel.
En dan valt het weer op: Sylvianne en ik hebben echt een ander bioritme.
Ik ben de vroege vogel. In een hotelkamer merk je dat veel sneller.
Bij een B&B of met onze Caratent sluip ik gewoon naar een andere kamer of buiten.
En ik doe m’n ding terwijl zij nog slaapt, zonder iemand te storen.
Sinds een paar maanden loop ik ’s ochtends vijf kilometer, elke dag als het even kan.
Maar de eerste ochtend op hotel... veel te veel lawaai gemaakt. Niet ideaal voor een
niet-ochtendmens.
De volgende dag beter voorbereid: loopkleren klaargelegd in de badkamer.
Itereren. Zo breng je verbeteringen aan.
Verbeteren is zelden moeilijk. Vasthouden aan wat werkt, da’s nog kunst.
Ik had vorige week een opvolggesprek met Joachim. En nadien viel me iets op.
We houden vaak koppig vast aan wat niet meer werkt.
Maar we laten verrassend snel los wat wel werkt.
Er zit een mismatch in onze reflexen. Herken je dat?
Maar goed, ik wijk af.
Itereren werkt
Een schitterend ontbijt maakte gelukkig veel goed die eerste dag.
Zelf een wafel bakken in een hotel — voor ons een primeur.
Op dag drie voelde datzelfde ontbijt al... normaal.
Hoe snel we ons aanpassen.
We waren met z’n tweeën. Sylvianne en ik.
Dat was lang geleden.
Loslaten met betrouwen
Onze Jef bleef thuis. Voor het eerst alleen slapen
Zonder de grootouders hadden we het niet gedurft.
Jef heeft fragile-X. Alleen wonen zit er niet in.
Hij wou per se niet bij oma en opa slapen. Daar gaan eten: prima. Slapen: nee.
En tóch was het loslaten moeilijk. Er werd wat gebeld. Wat gestuurd.
Loslaten en tegelijk vertrouwen dat het goedkomt. Of beter: betrouwen.
Een woord dat ik de laatste tijd graag gebruik.
Vertrouwen is een kracht. Ook — en vooral — in samenwerking.
Voor we samenwerken, moeten er een paar seinen op groen staan.
(En ja, ik gebruik dat woord ‘moeten’ liever niet, maar kom.)
6 Groene Lichten
6 Groene Lichten
-
Kan die D’Haeseleer wel waarmaken wat hij belooft?
Ga ik écht tijd winnen? Word ik écht effectiever?
-
Is dit wel iets voor mij?
-
Passen we bij elkaar?
Snapt hij mijn context, mijn taal, mijn nuances?
Een HR-directeur van een maatwerkbedrijf is nu eenmaal niet te vergelijken
met een advocaat, een barista met zes koffiebars, een keynote speaker
of een VP Business Development.
-
Wat is het risico?
Kan dit mij schaden? Wat als het niet lukt?
-
Wat is de inspanning?
Hoeveel moeite kost het mij? Is het sop de kool waard?
-
Laat dit mij zijn wie ik wil worden?
Misschien zijn er nog andere ‘groene lichten’ die ik nu niet zie.
(Greenlights is trouwens ook de titel van dat boek van die acteur met die moeilijke naam.
We zagen zijn foto in Trier in een paar etalages liggen.
Hij droeg een mooie sweater die we nergens in de winkels terugvonden.)
Als die zes lichten op groen staan, is er genoeg vertrouwen voor de sprong.
In december en januari was er telkens maar één plek.
Maar omdat een licht van groen naar oranje ging,