Enkele weken geleden was ik een weekend weg met mijn maat Ramon.
Op de locatie waar we waren, stonden allerlei instrumenten gewoon klaar.
En ja — ik werd aangetrokken door een van de gitaren.
Mijn eigen gitaren liggen al een paar jaar op zolder.
Ik had in jaren geen gitaar meer vastgehad.
Na tien minuten deden mijn vingers pijn.
Maar ik kon nog altijd een paar rifjes en songs spelen.
Net als fietsen of zwemmen: je verleert het niet echt. Het komt ongelofelijk snel terug.
Pakte ik die gitaar vast om meteen voor een publiek te spelen?
Nee, zoveel zelfvertrouwen had ik niet.
Maar geef me een week.
Het zijn vooral die te weinige eeltlaagjes op je vingers
die maken dat je niet lang genoeg kunt oefenen.
Zelfvertrouwen is herinnering herbeleefd.
Trust is memory repeated.
Zelfvertrouwen is geen gevoel.
Het is iets dat je herinnert.
Welke soorten geheugen spelen een rol in zelfvertrouwen?
1. Lichaamsgeheugen
Het meest onderschatte — maar misschien wel het belangrijkste.
Dit is de OG van vertrouwen: je lijf onthoudt alles.
Niet in woorden, maar in spierspanning, adem, hartslag.
“The body keeps the score.” – Bessel van der Kolk (ook een geweldig boek, btw)
Je zenuwstelsel onthoudt wat veilig was — of onveilig.
Dit ís letterlijk “vertrouwen als geheugen”.
Het zegt:
“Dit hebben we al meegemaakt. Dit was veilig.”
“Hier werd ik niet afgestraft. Hier was ruimte.”
Dat zit niet in woorden.
Dat zit in ritme, adem, spanning, ontspanning, micro-ervaringen.
Voorbeelden:
- de
keer dat je een moeilijke conversatie had en
achteraf voelde: “ik leef nog” - de keer dat je iets nieuws probeerde en je lijf achteraf rustig bleef
- elke kleine actie waarbij er geen gevaar bleek
Self-trust begint hier. In het lijf. In het zenuwstelsel.
Dit is de bibliotheek van “ik heb dit al overleefd.”
2. Procedureel geheugen
Het geheugen van gedrag dat werkt.
Oftewel: de innerlijke YouTube-tutorial die je al 100x hebt afgespeeld.
Je systeem onthoudt:
- hoe je begint
- hoe je volhoudt
- hoe je eindigt
- hoe je terugkeert als je struikelt
Het zegt:
“Ik weet hoe dit moet. Ik heb dit al gedaan.”
Zelfs al heb je het al jaren niet meer gedaan.
Voorbeelden:
- routines
- micro-reads van sociale situaties
- motoriek bij sport, lopen, spreken, presenteren
- je manier van plannen of herstellen
Wanneer dit geheugen sterk zit, voelt zelfvertrouwen als:
“Ik pak het vast — het komt wel goed.”
Zoals die gitaar. Of een fiets. Of weer in het water duiken na een jaar zonder zwembad.
3. Episodisch geheugen
Herinneringen aan concrete momenten waarop je jezelf verraste.
Je greatest hits-verzameling.
Elke keer dat je dacht: “ik kan dit niet”… en toen: wel dus.
Je interne “best of me” playlist.
(En net zoals bij elke playlist: je vergeet wat erin zit tot je het weer hoort.)
Voorbeelden:
- de dag dat je iets durfde
- de mail die je tóch stuurde
- de moeilijke keuze die je maakte
- de keer dat je discipline had, terwijl je op was
Elke van die episodes is één bewijsstuk in je interne map “ik kan dit.”
Hoe meer episodes → hoe meer geloofwaardigheid bij jezelf.
Een tweede brein waarin je zulke momenten documenteert, helpt.
4. Identiteitsgeheugen (verhalen)
Hier begint de magie — en soms de miserie.
Dit is het verhaal dat je jezelf vertelt over wie je bent.
En wat je jezelf blijft vertellen, wordt geheugen.
En geheugen wordt waarheid.
En waarheid wordt identiteit.
Dat kan positief zijn:
“Ik ben iemand die dingen afmaakt.”
Maar ook negatief:
“Ik ben altijd zo iemand die…”
Self-trust hangt extreem af van de verhalen die je recyclet.
Identiteitsgeheugen is het magazijn van:
- je waarden
- je zelfbeeld
- je zelfconcept
- je standaard van “wie ik wil worden”
Geloven dat je het gaat acen voor een publiek van 1000 man terwijl je nog nooit een gitaar vasthield — dat is wishful thinking.
Maar geloven dat je iets nieuws aankan, omdat je het al eerder deed?
Dat is herhaling van waarheid.
Trust is Memory Repeated.
De kunst is dus niet alleen herinneren, maar ook herhalen.
Zelfvertrouwen is niet de illusie dat je alles kan.
Het is de herinnering dat je al meer aankon dan je dacht.
En de herhaling van die ontdekking, in kleine,
veilige, niet-dodelijke acties.
Zelfvertrouwen is niet iets dat je hebt.
Het is het gevolg van (her)doen en herinneren.
Je bouwt het op door te experimenteren.
Door kleine risico’s te nemen.
Door te ontdekken dat leren geen catastrofe is.
Door te voelen dat je lichaam dat aankan.
Het proces werkt als een lus:
Kleine actie → veilige ervaring → sterker zelfbeeld → meer toestemming → grotere actie → …
Een identiteitslus.
En hoe meer lussen je draait, hoe groter het vertrouwen wordt.