Wat is het eerste dat je 's morgens doet?
Voor velen onder ons: scrollen. Een feed openen. Op zoek naar nieuwe informatie.
Ik vind het ergens vreemd hoe we die stroom van content "feed" zijn gaan noemen.
Feed is wat je dieren geeft.
Alsof we onszelf voederen met informatie.
Vooral 's morgens, als je hoofd nog leeg is, voelt dat als verbinding.
Maar volgens mij is het iets anders.
Het is een ontsnapping.
Niet uit verveling. Uit het feit dat het bekende geen prikkel meer geeft.
Ik schreef ondertussen al honderden van deze stukjes.
En eerlijk: het is niet altijd nieuw meer.
Soms zit ik aan mijn bureau en weet ik dat ik iets moet schrijven.
En precies dán voelt schrijven moeilijk.
Niet omdat ik niets te zeggen heb.
Wel omdat het werk te bekend voelt.
Mijn brein begint te zoeken.
Misschien iets nieuws checken? Een mail openen? Even kijken wat er online beweegt?
Daar gaat focus kapot.
Niet aan een tekort aan discipline. Aan een tekort aan prikkel binnen het werk zelf.
Daar schreef ik eerder over in Waarom slimme mensen hun focus verliezen zodra er meer ruimte komt.
Volgens mij werkt aandacht een beetje zoals een omgekeerde U-curve.
Yerkes en Dodson beschreven dat in 1908. Ik noem het mijn sweet spot curve.
Daarover schreef ik in De sweet spot tussen scherp zijn en jezelf saboteren.
Te weinig prikkel — verveling.
Te veel prikkel — overload.
De top is de sweet spot waar focus en performance samenvallen.
Wie zijn werk té goed kent, denkt vaak dat hij meer prikkel nodig heeft om weer alert te raken.
Dus zoekt hij iets nieuws op.
Of leest toch even die mail.
Of opent een nieuwe tab.
En zo duwt hij zichzelf over de top.
Naar overload aan de ene kant, of naar afleiding en verveling aan de andere.
Allebei zijn ze hetzelfde:
het werk zelf voelt niet meer interessant genoeg om gewoon op de top te blijven.
Mijn aanpak hiervoor noem ik KINDD.
De eerste D staat voor dankbaar nieuwsgierig.
Dat is de geest van de beginner.
Alles is interessant. Niets is vanzelfsprekend.
Wie zijn werk benadert alsof hij het voor het eerst ziet, vindt er weer dingen in.
Een spreadsheet die je voor de 100ᵉ keer opent kan opeens weer iets verrassends laten zien — als je hem niet aankijkt als "alweer dit".
En dan hoef je geen externe prikkel meer te stapelen om wakker te blijven.
Het werk zelf voedt je.
De vraag is dus niet:
“Hoe blijf ik gefocust?”
Maar:
“Hoe maak ik het werk weer nieuw?”
Volgens mij gebeurt dat op drie lagen tegelijk.
Lichaam, emotie, taal.
Lichaam.
Voor je begint: scan tien seconden je lichaam.
Voet op de grond? Schouders los? Kaak ontspannen? Adem laag of hoog?
Niet om te kalmeren.
Om aanwezig te zijn vóór je in de taak duikt.
Tijdens het werk: zodra je merkt dat je voorover leunt, je kaak spant, oppervlakkig ademt — dat is je signaal.
Je bent gekaapt door automatisme.
Terug naar de scan. Terug naar nu.
Emotie.
"Ik moet dit nog doen" is een uitspraak met een emotie eronder.
Verveling? Weerstand? Schuld? Onzekerheid?
Eén woord voor wat er is.
Niet om het op te lossen — om het te erkennen.
Vaak verandert het emotie-veld al door de erkenning alleen.
Wat overblijft is een schoner contact met de taak zelf, zonder de ruis van weggeduwde emotie.
Taal.
De expert-taal zit vol gekend-claims.
“Weer een quarterly review.”
“Deze klant ken ik.”
“Hetzelfde liedje als vorige week.”
Die zinnen sluiten waarneming af nog vóór ze begint.
Niet vervangen. Opmerken.
“Aha, daar is weer ‘ik ken dit al’.”
Eén stap achteruit, alsof iemand anders die zin uitsprak.
De zin mag blijven. Jij hoeft er alleen niet meer mee samen te vallen.
Die kleine afstand opent vanzelf de waarneming weer — je gaat zien wat er nu is, in plaats van wat je dacht dat er zou zijn.
Lichaam, emotie, taal.
Drie ingangen naar dezelfde deur.
En misschien is dat uiteindelijk wat beginnersmind echt is.
Niet jezelf forceren om gefocust te blijven.
Maar opnieuw leren zien dat er nog leven zit in dit moment.
De feed verkoopt nieuwheid.
Beginnersmind creëert ze.