Dat had hij niet zien aankomen.
Vorige week vrijdag gaf ik een workshop Master Your To-Do List.
Het was de tweede keer die week. Donderdag gaf ik die ook al.
En dat was lang geleden.
Het voorbije jaar heb ik die workshop misschien een elf keer gegeven.
In de vijftien jaar vóór corona gaf ik hem gemiddeld honderd keer per jaar.
Maar ik was het een beetje beu geworden. Ik ben actief beginnen vinden van
1-op-1 begeleidingen.
Die geven me meer plezier. Ik zie wat er groeit bij klanten. Dat voedt me meer
dan alleen de bankrekening.
Maar vrijdag, op weg naar huis, was ik leeg. Gelukkig was ik ’s morgens
vroeg al een rondje gaan lopen — anders had ik misschien
de ketting van consistentie gebroken.
Ik was moe.
Mijn vrouw, die in het onderwijs staat, zei:
“Dat doe ik alle dagen.”
Tja. Dat is waar ook.
De afwisseling tussen 1-op-1's en af en toe een workshop werkt wel
voor mij. Ik mis de groepen, ik mis het podium. V
orig jaar heb ik het promoten van mijn keynotes even op pauze gezet.
Maar dat ga ik bijsturen.
Deze vrijdag blik ik met de deelnemers van mijn jaartraject terug op het voorbije jaar
en vooruit op het komende. Een van de dingen die ik anders wil doen, is opnieuw
actief mijn keynotes promoten
— vooral The Art of Experimenting. Die keynote is mijn zandbak. Daar mag ik spelen.
Maar goed, terug naar vrijdag.
We zaten aan tafel tijdens de lunch. Timmy, een van de deelnemers, vroeg:
“Wat zijn eigenlijk jouw prioriteiten?”
"Wat bedoel je precies?" vroeg ik.
"Op dagbasis, weekbasis, maandbasis, kwartaalbasis, jaarbasis… of in het algemeen?"
Het werd al snel duidelijk dat kiezen niet Timmy’s sterkste kant was.
Hij zei het zelf: "Kiezen is verliezen."
Dat had je trouwens al kunnen zien aan het buffet, waar hij maar bleef opscheppen.
Mijn prioriteiten, laag per laag
Mijn prioriteiten, laag per laag
🔹 Dagbasis
Mijn prioriteiten voor een dag komen voort uit mijn agenda en mijn wekelijkse actielijst.
Er is altijd een beetje ruimte voor verrassingen — dingen die ik niet had voorzien,
maar die plots willen gebeuren.
Die komen via e-mail, telefoons, 1-op-1’s of gewoon mijn eigen hoofd.
Elke avond selecteer ik wat ik denk dat de prioriteit van morgen is. Dat is een subset van de actielijst van de week.
(Behalve op donderdagavond — dan is er geen keuze meer. Dan wil ik die lijst leeg hebben tegen vrijdagavond.
Tijdsinvestering: 5 minuten. Het is deel van mijn werkdag afsluiten, die trouwens wel wat langer duurt.)
🔹 Weekbasis
Mijn weekprioriteiten ontstaan tijdens mijn ‘ideale week’. Dan kijk ik terug én vooruit.
Daar bepaal ik mijn ‘flexibele focus’ — de balans tussen vast en vrij.
🔹 Maandbasis
Elke maand plan ik een doelensessie. Dan bepaal ik de belangrijkste projecten.
Ik stuur bij waar nodig, zodat mijn verantwoordelijkheden in balans blijven.
En ik stem ze af op de kwartaalmijlpalen.
🔹 Kwartaalbasis
Tijdens de kwartaalsessie bepaal ik mijlpalen voor de komende drie maanden
— persoonlijk, privé, professioneel. Ik maak of update de roadmaps om daar
te geraken.
Uit die roadmaps vloeien projecten, weektaken en dagelijkse gewoontes voort.
🔹 Jaarbasis
Tijdens de jaardoelensessie bepaal ik – met alles wat ik op dat moment
weet – wat belangrijk wordt voor het komende jaar. En ik breek dat meteen
op in hapklare stukken voor de komende 3 maand.
“Dat is wel wat werk,” zei Timmy.
Klopt. Dat is metawerk. Werk om mijn werk beter te kunnen doen.
Zodat ik niet vast blijf hangen in het moment, overweldigd door
alles wat nog moet gebeuren.
Timmy luisterde. Hij kon dan misschien niet kiezen, maar hij was wél aan het opletten.
En in het algemeen?
En in het algemeen?
Op een abstract niveau hanteer ik deze volgorde:
Contentement > Effectiviteit > Efficiëntie
Als ik iets maar één keer om de vier jaar doe, hoef ik daar geen efficiënt proces
voor te hebben.
Ik heb net een nieuwe laptop gekocht. Er bestaat vast een snellere manier
om alles opnieuw te installeren.
I don’t care.
Hij werkt.
Die extra efficiëntie is het metawerk niet waard.
En ik kies dus bewust voor contentement boven effectiviteit.
Als ik vermoed dat een klant me geen energie zal geven, stuur ik die liever
door naar iemand anders.
Tenminste — als er genoeg is. Als dat niet zo is, durf ik die stelregel al eens
los te laten.
Timmy zei:
“Dat wil ik nu leren.”
De sweet spot van organisatie
Na de workshop toonde hij me zijn systeem. Zijn projectorganisatie. Zijn takenlijst.
Veel te veel.
Voorbij de sweet spot van organisatie.
Er is een punt waarop méér structuur géén extra waarde meer oplevert.
Bij Timmy voelde je dat. Het was organiseren als een vorm van uitstel.
Niet kunnen — of willen — kiezen.
Ik stelde hem nog één vraag:
“Je hebt toch ook maar één vrouw?”
“Nee,” zei hij. “Ik heb er geen. Ik hou mijn opties open.”
Ik heb het losgelaten.
Het was nog een lange rit naar huis.
In december is er maar één plek voor één ondernemer of manager die effectiever wil worden.