Hoe was je vakantie?
Echt kunnen loslaten, of toch die stem die bleef zeggen: je had dit ook nog kunnen doen?
Vorige week startte ik een klant op voor zijn jaartraject. Een weekje na zijn vakantie. Vonden we beiden een goed idee.
Halverwege de dag vertelde hij dat een van zijn doelen ook was om van productiviteitsschuld af te geraken.
Zijn omschrijving was concreet: op zondag in de zetel met een boek, en tegelijk die stem. Altijd die stem. Je had dit ook nog kunnen doen.
Ik kon zijn spagaat voelen. Het verlangen naar rust was er. De onmogelijkheid om er echt in te zijn, ook.
In het dagelijks Nederlands gebruiken we "schuldgevoel" als paraplubegrip. Voor twee heel verschillende dingen. Schuld en Schaamte.
Schuld is transactioneel. Het heeft een object nodig. "Ik had die mail moeten beantwoorden." Het verdwijnt als je de actie stelt.
Schaamte is existentieel. Het heeft geen object nodig. Het zegt iets over wie je bent. En het verdwijnt niet als je de taak afvinkt, want de volgende taak staat al klaar.
Wat mijn klant beschreef is productiviteitsschaamte. Het gevoel is er ook als hij de hele dag keihard gewerkt heeft.
Het bepaalt waar je begint als je wil veranderen.
Dat gevoel leeft op vier lagen tegelijk.
Lichamelijk. Het zenuwstelsel leert van herhaling. Jarenlang elk rustmoment onderbreken met een taak of een gedachte, traint het lichaam dat rust altijd gevolgd wordt door actie. Het anticipeert. Hartslag die niet daalt als je gaat zitten. Een spanning in de keel zonder aanwijsbare reden. Rusteloosheid: activatie zonder object. (Ik schrijf dit en merk dat mijn schouders al een tijdje te hoog hangen. Geen reden. Gewoon wiring.)
Emotioneel. De basisemotie is schaamte. Eronder zit angst, voor irrelevantie, voor wat er zichtbaar wordt als je stopt met doen. Rust maakt de emotie zichtbaar die productiviteit bedekt houdt.
Mentaal. Het verhaal: "Mijn waarde = mijn output." Zelden bewust. Altijd structurerend. Aangevuld met overtuigingen zoals "Ik mag genieten als ik klaar ben." Wat nooit aankomt.
Identiteit. De diepste laag. Als je jezelf ziet als "iemand die hard werkt" of "iemand die altijd beschikbaar is", is niet-productief zijn geen keuze. Het is identiteitsbedreiging. Rust stoppen, is stoppen te bestaan zoals je jezelf kent.
Hoe wikkel je dat af?
Via het lichaam.
Je herhaalt het zenuwstelsel in een andere richting.
Kleine doses rust waarbij je de oncomfortabele sensatie toelaat zonder haar te onderbreken. Drie minuten. Het doel is de activatie laten zakken zonder weg te lopen.
Lang uitademen, langer dan inademen, activeert het parasympathische systeem. Een directe ingang omheen het cognitieve niveau.
En de sensatie intern benoemen als die opkomt: "Dit is activatie." Klein effect per keer, groot effect over tijd.
Op een gegeven moment stelt zich ook een identiteitsvraag: wie ben ik als ik geen output lever of resultaten behaal? Een aanwezigheidsoefening.
Wat niet werkt: jezelf zeggen dat rust oké is. Het lichaam gelooft dat niet. Jezelf schamen over de schaamte helpt ook niet. Rust plannen als beloning na werk versterkt precies de koppeling die je wil doorbreken.
Afwikkelen is herhaling in omstandigheden van lage bedreiging.
Het duurt zolang er nodig is. Geen jaren maar het is ook niet op een namiddag afgewikkeld.
Ik zag mijn eigen drijfveer jarenlang niet.
Het verhogen van mijn efficientie en effectiviteit was een manier om goed genoeg te zijn. En ironisch genoeg is dat een finishlijn die zich altijd leek te verplaatsten.
Frustrend? Ja, zeker weten.
En ook telkens opnieuw een extra kans om de kernoorzaak aan te pakken.
Veel todo's? Zeker weten. En ongelofelijk interessant.
Plan iets in mijn agenda. We kijken samen waar dit bij jou het sterkst leeft, en wat er als eerste beweegt. En tegelijk geeft het je efficientie een boost.
[link]
PS: Als dit klinkt als een patroon dat je herkent, stuur me een bericht. Soms is een kort gesprek genoeg om te zien welke laag als eerste aandacht wil.